Zaagrugschildpad en een geelbuikschildpad

Geelbuikschildpad,

De afmetingen van een volwassen schildpad verschillen per sekse; de vrouwtjes worden veel groter dan de mannetjes. Vrouwtjes bereiken een schildlengte tot maximaal 27 centimeter.[4]Daarnaast hebben mannetjes een langere staart en relatief lange nagels aan de voorpoten, vooral oudere exemplaren. Het schild is bij oudere dieren vrij bol, bij jongere exemplaren nog plat en de schildplaten hebben aan de achterzijde doornachtige punten. Al deze kenmerken vervagen naarmate het dier ouder wordt. Ook hebben jongere dieren een landkaart-tekening op de schildplaten en een meer afstekende tekening op de huid. Een typisch kenmerk is de S-vormige gele streep op de zijkant van de kop.

Zaagrugschildpad,

De soorten staan ook wel bekend als de landkaartschildpadden. Deze naam slaat op de tekening van de volwassen dieren, die enigszins lijkt op een landkaart vanwege de complexe lijnentekeningen. De naam zaagrugschildpad slaat op de juvenielen van veel soorten, die een opstaande, getande kiel op het midden van het schild hebben, vaak met een afstekende zwarte kleur. Deze structuur doet enigszins denken aan de tanden van een zaag.

Bron Wikipedia foto Tonnie Verheijden

 

Boomklever

De boomklever is een korte, dikke en actieve vogel met een krachtige puntige snavel. Hij is vrijwel in geheel Europa een tamelijk algemene standvogel. De opvallende en helder klinkende roep is vaak de eerste aanwijzing van zijn aanwezigheid. In de winter is hij een geregelde bezoeker van tuinen waarin pinda’sworden aangeboden.

De bovenzijde en bovenkop zijn blauwgrijs. De onderzijde is isabelkleurig met roodbruine flanken. Bij het volwassen mannetje is de achterflank scherp begrensd oranjebruin en hierdoor is het al bij onvolwassen exemplaren mogelijk om het geslacht te bepalen. Verder heeft hij een brede zwarte oogstreep met lichte wangen en keel. Bij het volwassen vrouwtje is de achterflank minder scherp begrensd oranjebruin. Verder is het identiek aan het mannetje.

De boomklever klimt en daalt schoksgewijs langs de boomstam, zonder op zijn staart te steunen. De Scandinavische ondersoort heeft aan de onderzijde lichtere en zelfs geheel witte onderdelen. De vlucht van deze gedrongen dikke vogel is golvend en snel terwijl de korte staart in het midden zwart is. Buiten de broedtijd bevindt de boomklever zich wel in gezelschap van mezen.

Bron Wikipedia  Foto’s  Tonnie Verheijden

 

IJsvogel

De ijsvogel had een flinke vangst voor zijn jonkies

De ijsvogel is een kleine vogel met een korte staart en pootjes, een korte nek, korte afgeronde vleugels, een grote kop met grote ogen en een lange, dolk vormige snavel. De poten zijn syndactiel: de voortenen zijn aan de basis gedeeltelijk met elkaar vergroeid.
De ijsvogel is aan de bovenzijde overwegend blauw, waarbij de veren van de kop en vleugels iriserend blauwgroen zijn, en op het midden van de rug lichter tot kobaltblauw. De staartveren zijn wat donkerder. De veren aan de borst en buikzijde zijn warm oranje, en steken hiermee duidelijk af. Van de snavel tot achter het oog is op de wang een oranje oogstreep aanwezig, die abrupt overgaat in een helder witte streep. Ook de keel is wit. De poten van een volwassen ijsvogel zijn oranje tot rood van kleur. De mannetjes zijn enkel van de vrouwtjes te onderscheiden aan de kleur van de basis van de ondersnavel, die bij het vrouwtje voor het grootste deel tot volledig oranje is. Ook kan er bij het vrouwtje in de basis van de bovensnavel oranje voorkomen. De ondersnavel van het mannetje kan tot een derde van de lengte, gezien vanaf de basis, oranje zijn. Juvenielen onderscheiden zich van volwassen exemplaren door het valere verenkleed met donkergrijs gerande borstveren, een kortere snavel met een bleke snavelpunt, en donkerbruine poten.
Roep van een ijsvogel
De ijsvogel meet van snavelpunt tot en met staart ongeveer 16 cm; de spanwijdte is 24 tot 26 cm, en het lichaamsgewicht loopt uiteen van 34 tot 55 gram. De ijsvogel heeft een snelle stofwisseling, en het gewicht varieert gedurende de dag.
De vogel is in noordelijk Europa onmiskenbaar door zijn tekening.
Het geluid is divers. Er kunnen schelle en fluitende geluiden worden geproduceerd. Het mannetje lokt het vrouwtje met een hoge, fluitende ’tieieiet’ of ’tieietuu’, die hij vaak tijdens de vlucht laat horen. Bij opwinding of agressie worden korte, herhaalde ’tri-tri-tri’ geluiden geproduceerd.

Bron Wikipedia, Foto Tonnie Verheijden

 

Wandelbos en de Oude Warande

 

 

 

Wandelbos

Het wandelbos is een circa 30 hectare groot park ontworpen door Leonard Springer in de Engelse landschapsstijl. In het Tilburgse uitbreidingsplan uit 1917 van Johan Rückert is het ingetekend als ‘Natuurpark’.  ‘Ter verhoging van de aantrekkelijkheid van de stad’ en om ‘Het publiek de gelegenheid te geven meer dan toe nu toe door wandelen van de buitenlucht te genieten’.

Na het aanleggen van de paden wordt het park in 1921 opengesteld voor publiek. Het jaar daarna wordt de tweede fase uitgevoerd. Grond verbeteren, het uitdiepen van een bestaand ven, loofhout bijplanten en verdere beplanting aanbrengen. Werkloze arbeiders voeren het werk uit in het kader van ‘werkverschaffing’ onder leiding van de Nederlandsche Heide Maatschappij. In 1926 krijgt het park officieel de naam ‘Wandelbos’.

In 1936 wordt opnieuw in het kader van ‘werkverschaffing’ de nieuwe vijver gegraven die in de winter ook als schaatsbaan gebruikt kan worden. Het ontwerp met de twee eilandjes en de groepjes van telkens drie moerascypressen met hun uitlopende wortels aan de waterkant is weer van Springer. In 2003 wordt de de parkaanleg met zijn bijzondere bomen aangewezen als gemeentelijk monument.

Bron Tilburgse Heemkunde
Bijdrage: Ton Goossens

De Oude Warande

De Oude Warande, het grootste sterrenbos van Nederland, is ruim 300 jaar oud. Het nabijgelegen en veel jongere Wandelbos, in 1935 ontworpen door tuin- en landschapsarchitect L.A. Springer, was al eerder een gemeentelijk monument. Sinds 2017 is de Oude Warande dat ook.

De geschiedenis van de Oude Warande gaat terug tot 1712. De prins Willem van Hessen-Kassel, tevens heer van Tilburg en Goirle, kreeg toestemming om een stuk “gemeynde grond” te ontginnen. Het ging om ca. 60 hectare “tot deselfs plazier en gebruik”. Het stuk grond werd dus aan de gemeenschap onttrokken en dat gaf problemen met de boerenbevolking. Mogelijk werd dit jachtgoed als sterrenbos aangelegd door J. van Leeuwen. In 1715 is deze warande voltooid.

Bij de verkoop van de heerlijkheid Tilburg en Goirle in 1754 kwam het gebied in bezit van de graven Van Hogendorp. Die besloten in 1858 het landgoed te verkopen aan notaris J.A. Daamen. Bernard J.M. Verbunt kocht het vervolgens in 1906. Verbunt liet in het midden een door Jan van der Valk ontworpen villa (zie foto) als buitenverblijf bouwen. Het oostelijk deel van het park werd in 1931 verkocht aan de gemeente Tilburg. Op deze grond werd in 1932 het Burgers Dierenpark (later Tilburgs Natuur Dierenpark genoemd) geopend. In 1952 kreeg de gemeente Tilburg het hele landgoed in bezit. Vanaf 1988 werkt de gemeente het landgoed bij het onderhoud gefaseerd terug naar het oorspronkelijke ontwerp. Dat zou in 2025 klaar moeten zijn.

Bron Tilburgse Monumenten